Bewolkt bestaan – Cola Debrot3 min read

Cola Debrot, inmiddels vergeten, was nooit beroemd als schrijver. Hoewel hij en zijn vrouw jarenlang degenen waren bij wie Simon Vestdijk en vooral diens levenspartner Ans Koster gingen uithuilen als ze weer eens relatieproblemen hadden, wordt zelfs in de twee vuistdikke biografieën van Vestdijk nauwelijks tekst aan Debrot besteed.

Het feit dat Cola Debrot uit Curaçao kwam, een eiland dat weinig schrijvers voortbracht, heeft vermoedelijk nog wel iets bijgedragen aan zijn naamsbekendheid; in elk geval is er een literaire prijs naar hem vernoemd. Manmoedig begon ik aan zijn grote roman Bewolkt bestaan.

Vestdijk, aan wie Debrot tijdens het schrijven al delen van het manuscript voorlas, vond het eerste deel van de roman erg goed, en het tweede deel een stuk minder. Vreemd genoeg vind ik precies het omgekeerde. Het kostte me flink wat moeite om in het verhaal te komen en de roman heeft me nooit echt gegrepen.

De tweede helft van het boek vind ik vooral beter vanwege enkele mooie hoofdstukken die ook op zichzelf zouden kunnen staan. De draad van het verhaal uit de eerste helft raakt daar wel een beetje zoek, en waarschijnlijk was dat wat Vestdijk bedoelde.

De schrijfstijl van Cola Debrot is stroef en de karakters blijven vaak raadselachtig. Een dikke vrouw wordt ‘volbloedig’ genoemd, wat ik aardig vond. Sommige zaken zouden nu niet meer kunnen, zoals de beschrijving van de zwarte opzichter van de plantage op Curaçao, die ‘een zoetelijke negerlucht’ om zich heen verspreidde.

Een thema in het boek, niet verwonderlijk, is dat van de emigrant:

Nauwelijks was ik in New York aangekomen, of de verwachtingen die ik had gekoesterd bij mijn eenzame wandelingen door Utrecht hadden zich omgezet in een eindeloos heimwee naar de plekken waaraan ik destijds achteloos was voorbijgelopen, maar die mij thans de enige begeerlijke plekken ter wereld leken. (…) Het gaat zo overal in de wereld, wij moeten ons land verlaten om te leren het lief te hebben.

De personages in de roman zijn zoekers, vaak zonder te weten wat ze hopen te vinden. Zo leefde Oscar, een van de hoofdpersonen, ‘als verlamd, het was hem of hij eerst de oplossing van zijn probleem moest hebben gevonden, alvorens de liefde van Carlota hem te beurt zou kunnen vallen.’ Het betreft een vage bezorgdheid over ‘God en de Wereld’, ofwel ‘het beklemmende raadsel waarin de tegenwoordige mens verkeerde.’

Een ander neemt ‘tot verwondering van de meesten, in elk geval van zichzelf’ ontslag en gaat een gigantische hoeveelheid kranten en weekbladen doorpluizen, ‘als was hij iets op het spoor gekomen waarvoor hij de naam niet vinden kon.’

Een derde schrijft in zijn dagboek: ‘Ik las en las, niet met de bedoeling mij in het onderwerp te verdiepen, maar uitsluitend om het middel op te sporen dat aan mijn benepen omstandigheden een eind zou maken.’

Van een volgend personage wordt tot slot gezegd: ‘Hij had lange tijd niet geweten wat hij eigenlijk zocht.’ Alleen deze laatste komt uiteindelijk tot inzicht, als een gelijkgestemde geest opmerkt: ‘Ik zie, u bent een jager, u jaagt ook de bronzen Apollo’s achterna.’ Hij beseft dat de man gelijk heeft en constateert tot zijn eigen verbazing dat hij van de herenliefde is (wat uiteraard niet met zo veel woorden wordt benoemd).

Een steeds terugkerend motief in Bewolkt bestaan is het bijzondere gegeven van een derde die heimelijk verliefd is op de ene helft van een liefdeskoppel en zich daarbij steeds meer inbeeldt eigenlijk degene te zijn die een relatie heeft met de aanbeden persoon. Het is een spel met een dubbelganger, waarbij soms in het midden blijft of deze dubbelganger echt bestaat.

Het is me nu wel duidelijk waar W.F. Hermans, die veel optrok met Cola Debrot, zijn inspiratie haalde voor zijn later verschenen roman De donkere kamer van Damokles.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.