Dagboek 1973 – Jan Wolkers4 min read

Jan Wolkers hield naast zijn werk van twee dingen: tuinieren en seks hebben. In zijn dagboek gaat het vooral over het tuinieren, in beknopte, maar zeer regelmatig terugkerende aantekeningen. Notities over het planten en herplanten van planten nemen daarmee in dit dagboek een grote plaats in.

Iets minder frequent, maar wel met regelmaat, beschrijft Wolkers wat hij als achtenveertigjarige allemaal deed met zijn hitsige, twintig jaar jongere Karina. Het liefst maakten ze er gezellig een trio van met een vriend van Jan. Na de seks trokken ze met z’n drietjes graag een flesje champagne open.

Zo van een afstand lijkt het een zeer onbezorgd tijdperk te zijn geweest. Ik denk dat dit ook echt zo was. De seksuele revolutie was voltooid en aids bestond nog niet. Jan Wolkers had de tijd van zijn leven. Vrouwen zag hij nog echt als lustobjecten:

Als ik Maria en Karina naar het Nutsseminarie heb gebracht, koop ik even Thieme’s Groot Tuinboek voor Karina’s verjaardag. Ga ook nog even op de Wallen kijken of die negerin er weer zit om me even af te laten trekken. Rijd dan nog wat rond in de buurt van de Utrechtsestraat om naar de hoertjes te kijken.

In de tijd van Wolkers werd zoiets nog niet gezien als vrouwonvriendelijk. Hij was keurig links en viel wat dat betreft niet uit de boot bij de intellectuele voorhoede. Natuurlijk was hij tegen Israël en vóór de Palestijnen. Jan Wolkers was een moderne schrijver, in die zin dat hij graag meewerkte aan radio- en tv-programma’s. Zijn bekendheid werd er groter door en dat was vanzelfsprekend goed voor zijn winkeltje, zoals Gerard Reve het zou zeggen.

Over geld hoefde Wolkers zich dan ook geen zorgen te maken. De grote kunstenaar verdiende zeer goed in die tijd en deed er alles aan om zo min mogelijk belasting te betalen. Op aanraden van zijn accountant belde hij zijn uitgever op met het verzoek om de volgende dag even honderdvijftigduizend gulden op zijn girorekening te storten. In 1973 bedroeg een modaal jaarsalaris zo’n twintigduizend gulden bruto, dus anderhalve ton was een vermogen. Tegelijk liep Wolkers uiteraard graag mee in demonstraties tegen het grootkapitaal. Kennelijk zag hij zelf de tegenstelling niet.

Vrijgevig was hij wel. Wolkers gaf grif honderd gulden aan een zwerver en liet duizend gulden overmaken aan de vrouw van de Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer, die op dat moment in eigen land een politieke gevangene was.

Wolkers’ inkomsten zouden alleen nog maar toenemen, want de verfilming van zijn boek Turks Fruit was net uigebracht. Het werd een kassucces. Wolkers reed elke dag even langs bioscoop Tuschinski en zag dan tot zijn grote voldoening dat er wederom een bordje met ‘uitverkocht’ hing bij de loketten. Turks Fruit en de andere films van Paul Verhoeven geven een goed beeld van de tijd waarin dit dagboek speelt. Alles kon en alles mocht, zeker in de hoofdstad.

Jan hield van koken en lekker eten en beschreef heel precies wat hij klaarmaakte en at. Hij had een lekker leventje: regelmatig naar het voetbalstadion om naar wedstrijden van Ajax te kijken en ook maakte hij graag een ritje in zijn gloednieuwe automobiel door Amsterdam en de Ommelanden. In korte notities hield de schrijver precies bij welke medicijnen hij had geslikt en wie er allemaal op visite kwamen. Af en toe noteerde hij een opmerkelijke uitspraak die hij die dag had gehoord.

Boeken lezen deed hij op de wc. Beschouwingen over literatuur treffen we desalniettemin in het dagboek niet of nauwelijks aan. Wel werkte onze Jan regelmatig aan allerlei stukken die hij kon verkopen aan kranten en tijdschriften. Het adagium ‘schrijven is schrappen’ kende Jan goed, zo te lezen, want vaak staat er dat hij stukken inkortte en hele lappen tekst schrapte.

Dit Dagboek 1973 is misschien leuk voor boomers. Als het een beetje verkoopt, vormen de opbrengsten een welkom extraatje voor Karina, zoals elk lettertje dat Gerard ooit op papier zette regelmatig nog een paar centjes oplevert voor Joop. In tegenstelling tot de brieven van Reve lijken de dagboeknotities van Wolkers echter niet bedoeld te zijn voor publicatie. Aan de stijl besteedde hij geen aandacht, zoals je kunt zien aan het bovenstaande citaat. De eeuwigheidswaarde van deze aantekeningen is dan ook beperkt. Als je dit stukje tot hier hebt gelezen, weet je eigenlijk alles en kun je je de aanschaf van deze uitgave met een gerust hart besparen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *