De generaal in zijn labyrint – Gabriel García Márquez3 min read

De Spaanse koloniën in Latijns-Amerika werden vanaf het begin gekenmerkt door bloedig neergeslagen opstanden. Het rijk was eigenlijk te groot om te beheersen. Om beter greep te houden op de macht, bepaalden de Spanjaarden dat de hoogste functies alleen mochten worden uitgeoefend door in Spanje geboren edellieden. Dit was uiteraard tegen het zere been van dat deel van de elite dat in Zuid-Amerika zelf was geboren. Zij namen hun kans waar toen Napoleon het moederland Spanje onder de voet liep en kwamen in opstand.

Een van de leiders van de revolte was Simón José Antonio de la Santísima Trinidad Bolívar y Palacios, of kortweg Simón Bolívar. Hij werd geboren in Caracas als zoon van een schatrijke vader en kreeg zijn vorming in Europa, onder meer in nabijheid van Napoleon Bonaparte en Alexander von Humboldt. Na diverse strubbelingen lukte het Simon Bolívar om de geboren Spanjaarden eruit te gooien. Zijn droom was ‘één groot vrij land vanaf Mexico tot aan Kaap Hoorn.’

Maar binnen de kortste keren kregen de leiders van de revolutie het met elkaar aan de stok en viel het bevrijde land uiteen in diverse rivaliserende staten; republieken die we nu nog kennen, zoals Colombia, Venezuela, Ecuador, Peru en Bolivia. Simón Bolívar, eens de gevierde held en geroemd als de grote Bevrijder, werd beschimpt en ondernam een roemloze reis, van de Andes terug naar de Caraïbische kust.

Gabriél García Márquez beschrijft in zijn roman De generaal in zijn labyrint deze laatste reis. Bolívar was pas halverwege de veertig, maar door tuberculose was zijn lichaam dusdanig uitgemergeld dat hij twee keer zo oud leek. Vroeger zat hij dagen achtereen te paard:

Hij had de kromme benen van oude ruiters en de gang van iemand die slaapt met zijn sporen aangegespt, en rondom zijn rectum had zich een dikke laag eelt gevormd als de scheerriem van een barbier, wat hem de erenaam van IJzerkont had bezorgd.

Zich baserend op geschiedkundige bronnen schetst García Márquez een man die terugkijkt op ‘legendarische overwinningen en homerische nederlagen.’ Simon Bolívar liet overal een spoor van boeken (hij was een verwoed lezer) en gebroken harten (hij was een nog veel meer verwoed vrouwenveroveraar) na.

Door het historische kader wordt de tomeloze fantasie van García Márquez enigszins beperkt, waardoor De generaal in zijn labyrint een rustigere, bedaardere roman is dan bijvoorbeeld het duizelingwekkende Honderd jaar eenzaamheid. Het gebruikelijke vuurwerk van de romancier, dat normaal sterren en planeten bereikt, wordt nu ingetoomd door diens respect voor de overgeleverde feiten uit het leven van de meest bewonderde man van het continent.

Toch is ook deze ‘biografische roman’ een prachtboek. De geschiedenis van Zuid-Amerika is al tragisch genoeg, wat zich uit in het probleem dat ontstaat na elke gewonnen vrijheidsstrijd: ‘We hebben de onafhankelijkheid verworven, generaal, maar vertel ons nu wat we ermee moeten doen.’

De Colombiaanse schrijver veroorlooft zich gelukkig de nodige vrijheden en weet heel goed dat hij met veel weg komt, zoals hij aan het slot van zijn dankwoord schrijft:

Nog groter is echter mijn waardering voor de lankmoedigheid van degenen die door mijn verfoeide nalatigheid niet in dit dankwoord voorkomen.

Het mooi-tragische gegeven alleen al dat Simón Bolivar vrijwel roemloos stierf, terwijl sindsdien zijn faam alleen maar groter is geworden op het door staatsgrepen en andere politieke rampspoed geteisterde Zuid-Amerika, weet de schrijver goed te gebruiken. Het is Gabriel García Márquez daarbij wel toevertrouwd het verguldsel van de standbeelden af te krabben en van de Libertador weer een mens van vlees en bloed te maken.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.