De geschiedenis van de VOC – Femme S. Gaastra8 min read

Indië was Nederlands grootste avontuur, schreef J.A.A. van Doorn. Dat is onmiskenbaar waar en dat avontuur begon met de Vereenigde Oostindische Compagnie. De opkomst en ondergang van de VOC is met weinig te vergelijken; misschien een beetje met de opkomst en ondergang van het Romeinse Rijk.

De op 27 juli 2026 overleden Femme S. Gaastra van de universiteit Leiden was de grootste kenner van de VOC. Hij bracht in 1982 zijn standaardwerk De geschiedenis van de VOC uit, waarvan ik de bewerkte en uitgebreide versie uit 1991 las. Het is een prachtig geïllustreerd boek, waarin alle aspecten van de Compagnie op wetenschappelijk verantwoorde wijze worden uitgelegd. Deze uitgave uit 1991 is puur feitelijk en wordt dus gelukkig nog niet ontsierd door woke geneuzel, want die Amerikaanse mode was in die tijd nog niet overgewaaid.  

De snelle opkomst en langdurige werelddominantie van de VOC waren niet alleen te danken aan scheepsbouwers en stoere zeelieden. Voor een groot deel kwam het succes door vernuftige boekhouders die er op allerlei bijzonder innovatieve manieren voor zorgden dat het benodigde kapitaal kon worden opgebracht voor de grote investeringen die benodigd waren. De cost gaet voor de baet uyt.

Deze innovatieve financieringsmethoden waren doorslaggevend in de concurrentiestrijd met Portugal, Spanje en met name met de twee jaar eerder opgerichte East India Company uit het veel grotere Engeland, dat daarmee de loef werd afgestoken. Het kapitaal zelf kwam overigens vaak van Zuid-Nederlanders, Vlamingen dus, die daarnaast ook toegang gaven tot hun grote handelsnetwerk om de uit de Oost ingevoerde specerijen en andere producten binnen Europa af te zetten.

Zoals bekend gebruikte de VOC soms grof geweld, waarover later meer, maar ook de manier van handel drijven zou nu niet meer door de beugel kunnen. Men schrok niet terug voor grootscheepse manipulatie door middel van dumping, monopolievorming, bedrijfsspionage en wat niet al.

Het beeld dat tegenwoordig wel eens wordt neergezet is dat de Europeanen met hun schepen naar Azië voeren en daar meteen met geweld de hele boel overnamen, waarbij vreedzame en onschuldige inwoners werden overrompeld en geknecht. Dat is onjuist:

Allereerst mag de verhouding tussen Europa en Azië in de 17e eeuw niet naar moderne maatstaven worden beoordeeld. Het beeld van het rijke Europa (…) bestond nog niet. Europa had nog geen industriële revolutie doorgemaakt en van een technische voorsprong was  nauwelijks of geen sprake – in de textielproduktie bijvoorbeeld kon het Europese product niet wedijveren met het Aziatische. Weliswaar was de bewapening van de Europeanen beter, maar zeker te land kon men aan vuurwapens maar een beperkt effekt ontlenen. De transportmogelijkheden waren immers gering, de Aziatische bevolking veel talrijker en de geneeskundige ontwikkeling was nog van dien aard dat de Europeanen machteloos stonden tegenover de vele ziektes die hen tijdens hun verblijf in Azië teisterden. Ziekte eiste een steeds zwaardere tol dan oorlogsvoering en expedities landinwaarts waren dan ook nauwelijks mogelijk.

Wie niet sterk is, moet slim zijn, en de VOC was eerder slim dan sterk. Tegen de machtige vorsten op Java konden ze weinig beginnen, maar ze maakten sluw gebruik van de conflicten tussen en binnen de Javaanse vorstenhuizen, vooral als er een interne strijd ontstond over de opvolging van een overleden vorst. Zo nodig –alleen als het ‘goedkoper’ en met minder risico  kon – werd geweld als middel ingezet. Het doel was natuurlijk steeds om de handel te beschermen en de winst te maximaliseren. Zoals Arthur van Schendel schreef in Jan Compagnie: ‘er werden harde klappen geslagen, maar de Compagnie had hen om specerij gezonden, niet om weldaad aan de inboorlingen te doen of het land te bewonderen.’

Vaak volgde het geweld op het niet-naleven of verbreken van een overeenkomst door een plaatselijke vorst van een met de VOC gesloten overeenkomst. De VOC had bijvoorbeeld bedongen dat een bepaalde specerij uitsluitend aan hen verkocht zou worden, en dus niet aan de concurrentie (Spanjaarden, Portugezen, Engelsen, Chinezen, enzovoorts). De VOC betaalde daarvoor aan de vorst een afgesproken vergoeding. Kwamen ze erachter dat die vorst dan toch stiekem aan anderen leverde, dan kon men in die tijd het geschil natuurlijk niet voorleggen aan een rechtsprekende instantie. De VOC speelde voor eigen rechter en gebruikte grof geweld. Ik zeg het niet om het goed te praten, maar om de context te schetsen.

Overigens was het natuurlijk ook zo dat de VOC en de plaatselijke vorst meestal geen gelijkwaardige positie hadden en dat de VOC een zogenaamd exclusief contract met dreiging van geweld kon afdwingen, waarbij de vorst geen andere keuze had dan het te aanvaarden. Het recht van de sterkste gold. In Japan had de VOC zich te schikken en moest men nederig voldoen aan de vernederende eisen van de machthebbers. Op andere plekken was de VOC de sterkste en dat werd vervolgens meedogenloos uitgebuit.   

De VOC was niet alleen op Java, de Molukken en andere eilanden van het huidige Indonesië actief; met wisselend succes werden er forten en handelsnederzettingen gebouwd in het huidige Zuid-Afrika, Mauritius, Jemen, Irak, India, Bangladesh, Sri Lanka, Maleisië, Thailand, Myanmar, Cambodja, Vietnam, Taiwan en Japan. Er werd gehandeld in alles wat geld opbracht, soms ook in slaven. Verder had de VOC bijvoorbeeld een tijdlang het monopolie op de uitvoer van olifanten uit Ceylon (het huidige Sri Lanka). Deze werden met grote winst verkocht aan maharadja’s in India. De VOC was als eerste multinational ter wereld de uitvinder van de globale handel, wat in de zeventiende eeuw een groot concurrentievoordeel opleverde: ‘De VOC kon kiezen of het zijde zou inkopen in Perzië, China of Bengalen, en of het deze zou verkopen in Japan of Europa.’

Het gestaag groter wordende gebied van de VOC leidde natuurlijk tot steeds meer kosten. Tegen het einde van de zeventiende eeuw begon dat problematisch te worden. Men verloor de posten in India aan de Engelsen en daarmee ook de greep op katoenen stoffen en indigo, die als ruilwaar dienden in Zuidoost-Azië. Tegelijk was de VOC nog steeds bezig om de belangen op het eiland Java uit te breiden. Dat ging langzaam. Een grote kuststad als Semarang kwam in 1678 in bezit van de VOC en pas in 1743 en 1746 lukte het om met de plaatselijke vorst (de soenan) een contract af te sluiten waardoor de VOC in ruil voor een vaste vergoeding recht kreeg op de inkomsten van de verdere kuststrook.

Nederland was veel te klein voor kolonisatie door middel van een volksplanting. Hoewel Coen daar wel voor pleitte, was het gewoon niet haalbaar. Ook voor ex-werknemers die hun contract hadden uitgediend was het heel moeilijk om een bestaan als vrije burger op te bouwen in de Oost. Dat kwam vooral door de strenge regels van de VOC, waardoor handeldrijven voor eigen rekening vrijwel onmogelijk was en door concurrentie van plaatselijke en Chinese ondernemers.

De Nederlanders werden in de 18e eeuw door de Javanen nog niet gezien als een bedreigende koloniale macht waartegen zij zich zouden moeten aaneensluiten. Uiteindelijk was het militaire gewicht dat Batavia in de schaal kon leggen, beperkt. De enorme kosten en de hoge tol die ziekten eisten bij expedities op grote schaal waren voor de Hoge Regering reden om slechts bij uiterste noodzaak een grote legermacht op de been te brengen. En daarbij was men dan nog grotendeels afhankelijk van inheemse soldaten en troepen van bondgenoten.

Als voorbeeld van dat laatste het leger van de eerste Javaanse successieoorlog, dat bestond uit circa honderd Europeanen, vijfentwintighonderd man inlandse troepen en tienduizend man Javaanse en Madoerese troepen van bevriende plaatselijke vorsten. De Nederlandse arbeidsmarkt was bij lange na niet groot genoeg om aan de enorme vraag van de VOC naar werknemers te voldoen. Een opmerkelijk feit dat Gaastra in dit boek presenteert: ‘Rond 1770 was niet minder dan 80% van alle soldaten en 50% van alle zeelieden in compagniedienst uit landen buiten Nederland afkomstig!’ Bij de zeelieden ging het dan vooral om Duitsers (chirurgijn Nicolaas de Graaf: ‘allerhande Moffen’), Polen, Denen en Zweden.

Er was veel sterfte door ziekten, waarvan de verspreiding soms in de hand werd gewerkt door slecht beleid. Zo werd de verbouwing van suikerriet rondom Batavia dusdanig uitgebreid, dat het oppervlaktewater sterk vervuilde en de door de VOC gegraven grachten dichtslibden, met een dodelijke golf aan malaria, dysenterie en tyfus tot gevolg.

Het vinden van personeel was niet de enige uitdaging waarmee de uitdijende VOC te kampen had. Het bleek heel moeilijk om greep te houden op de bedrijfsvoering. Er waren aan het einde van de zeventiende eeuw zo’n vijfentwintigduizend mensen in dienst van de VOC en de afstanden waren enorm, met posten tot twaalfduizend kilometer van het moederland. Moderne communicatiemiddelen waren er niet en de zeilschepen waren uiteraard sterk afhankelijk van de windrichting.

De factoren die vanaf de achttiende eeuw uiteindelijk leidden tot de ondergang van de VOC waren:

Slecht bestuur in patria, mede door een gebrekkige boekhouding, slecht beheer in Azië ten gevolge van grove corruptie van de ambtenaren, groeiende kosten van het bestuursapparaat overzee, een gebrekkige financiering en de slag door de Vierde Engelse Oorlog toegebracht. Als laatste factor kan daaraan worden toegevoegd de verschuivingen in het handelspatroon in Azië zowel als in de Europees-Aziatische vaart, die meer in het nadeel dan in het voordeel van de Compagnie werkten.

De geschiedenis van de VOC van Femme S. Gaastra is een prachtig geïllustreerd naslagwerk dat mij veel heeft geleerd. Het spreekt vanzelf dat de normen en waarden van toen anders waren dan die van nu. Je moet alles zien in het licht van de tijd. Maar dat het een enorm waagstuk was, en een gigantische prestatie, valt niet te ontkennen. De enige keer dat zoiets vanuit Nederland nog is gelukt was met de oprichting en expansie van Koninklijke Olie/Shell. Ook daarvan is het hoogtepunt inmiddels allang voorbij. Of er ooit nog iets vergelijkbaars groeit vanaf Nederlandse bodem valt te betwijfelen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *