De held van Temesa – S. Vestdijk7 min read

De held van Temesa van S. Vestdijk is een van zijn drie Griekse romans, dus spelend in de klassieke oudheid. Voor wie denkt dat Vestdijk moeilijk, oubollig of saai zou zijn… al op bladzijde 61 is er sprake van een stevig potje wurgseks, met wederzijds goedvinden, doch ongewenst fatale afloop.

Het verhaal wordt verteld door Plexippos, de priester van Temesa, voor wie het bestaan van goden en geesten de normaalste zaak van de wereld is. Bordelen in de haven werden in die tijd gepresenteerd als tempels, gewijd aan Aphrodite. Ik herinner me dat Maarten ’t Hart ergens beschrijft hoe hij onverwacht oog in oog staat met een jongen uit Maassluis, terwijl deze net een Haagse peeskamer uit sluipt. De priester van Temesa overkomt ook zoiets als hij in de roze wijk een collega tegen het lijf loopt, die danig schrikt wanneer hij hem herkent.

‘Het is daar heel duur,’ zei ik, op de Aphroditetempel doelend, ‘het zijn meisjes uit Ionië, onder wie negenjarigen. Ook een paar uit Korinthe, maar die zijn niet zo goed. Maar misschien ben je er al geweest?’
Hij begon zeer snel te spreken, krassend van opwinding; vermoedelijk had hij zich tegenover mij willen rechtvaardigen, en dit werkte nog na, ook nu ik niet de zederechter bleek te willen uithangen.
‘Duur, ja maar wat wil je, Plexippos? Tot nog toe ging ik altijd buiten de poort, waar men door moeraswalm gehinderd wordt en waar de koortsdemon huishoudt. In die krotten is het geluk niet te vinden, neen. Liever éenmaal in de maand hier, voor mijn zuurverdiende geld, dan iedere nacht dáar.’

Vestdijk snijdt in deze roman het thema aan van de priester (of dominee) die er eigenlijk zelf niet meer in gelooft, althans niet in God, maar nog wel de waarde inziet van de rituelen eromheen. ‘Het is dan,’ laat Vestdijk Plexippos zeggen, ‘bij deze mensen, alsof zij door stipte plichtsbetrachting de plicht hebben afgekocht om ook nog te geloven in wat zij doen.’ Dit schijnt met name in de Tweede Wereldoorlog veel te zijn voorgekomen, zoals beschreven in Javaanse polder van Jan P. Meijers. Het is goed mogelijk dat Vestdijk zo iemand is tegengekomen tijdens zijn gedwongen verblijf in Sint-Michielsgestel.

De held van Temesa was de laatste van drie Griekse romans, waarvoor Simon Vestdijk kon putten uit de resten van zijn jaren eerder uitgevoerde voorstudie; tenminste, dat zou je denken. Maar nee. Hoewel de inspiratie voor de roman voortkwam uit een beschrijving van de steniging van Polites in een Engelstalig werk over Delphi, dat Vestdijk had gelezen voor de eerdere Griekse romans (zie pagina 933 van de biografie van Wim Hazeu), lezen we in de biografie van Hans Visser dat de voorbereiding deze keer twee maal zo lang duurde als normaal, wel twee volle maanden. Dat is geestig, want een andere schrijver zou er minimaal twee jaar mee bezig zijn geweest.

Sowieso was Vestdijk een van die schrijvers die uit betrekkelijk weinig gegevens toch moeiteloos stof voor een roman konden halen, met allerlei verwikkelingen en gedachtekronkels van de personages, die nauwelijks zijn na te vertellen, maar steeds blijven boeien.

De held van Temesa is Polites, maar diens naam mag niet worden genoemd. Deze held is eigenlijk een Heros, dat wil zeggen ‘een held na zijn dood, aan wie goddelijke of daarmee gelijkstaande eer wordt bewezen, offers worden gebracht, en zo meer; hij heeft veelal een god als vader, of op zijn minst mag men dit vermoeden.’ Deze Heros dient tevreden te worden gehouden met een jaarlijks offer. Hij wordt eerst voor het offer gewekt door het bloed van tientallen zwarte dieren (witte niet toegestaan) door kieren in de grond te laten lopen, naar de onderwereld. Het grote offer is een jonge maagd, dat dit met haar eer en haar leven moet bekopen.

Tijdgenoten uit andere Griekse steden vinden het brengen van een mensenoffer maar ouderwets. Als zodanig is het schadelijk voor de handel en dus voor de economie van Temesa. Daarom speelt er intussen een politieke strijd over dit thema. Tegenstanders willen het offeren van een jong meisje afschaffen, maar voorstanders van de traditie keren zich tegen elke verandering. Dan is er nog een grote middenpartij, bestaande uit de gegoede burgers. Het gewone volk echter mort, want de mensen vermoeden dat er fraude wordt gepleegd bij de loting en dat daardoor de dochters van de rijken buiten schot blijven.

Het is kenmerkend voor Vestdijk hoe hij telkens weer terugkomt op de lachrimpeltjes van Theagenes, de archont, een hoge bestuurder van de stadstaat:

Ik kon niet meer boos op hem zijn. Had ik hier al neiging toe, ik hoefde mij de lachrimpeltjes maar voor de geest te halen van die ochtend toen wij bij hem zaten, rimpeltjes waarmee hij het oproer der aanzienlijken aan de betrekkelijkheid der dingen prijsgaf. En toch had men met gebalde vuisten voor hem gestaan, en hem zelfs met de dood bedreigd. Na afloop van zoiets te lachen is op zichzelf geen verdienste; maar de rimpeltjes stonden hem zo aardig, en gaven ieder die naar hem keek het gevoel, dat het met Temesa nu weer bergopwaarts ging.

De olijke manier waarop deze Theagenes langs zijn neus kijkt, wordt beschreven alsof er een paar grappige dwergen langs zijn voeten speelden. Er is in dit verhaal minder actie dan in De verminkte Apollo, dat bijna een avonturenroman mag worden genoemd. In het midden verliest De held van Temesa zelfs even wat vaart, maar tegen het einde wordt het toch weer spannend.

Nadat ik het boek had weggelegd, begon de twijfel. De hele geschiedenis wordt verteld door Plexippos, maar spreekt deze wel de waarheid? De dood van zijn eerste vrouw bijvoorbeeld: ging dat wel zoals de priester het vertelt? En is dat het hele verhaal of verzwijgt hij zaken? Is hij eigenlijk wel zo’n rechtschapen man, of gebruikt hij zijn priesterschap als dekmantel voor heel andere praktijken?

In feite zijn er meerdere interpretaties mogelijk, en dat is het meesterschap van Vestdijk. Leon de Winter speelt een soortgelijk spel in Het lied van Europa, maar haalt daarbij niet het niveau van de kluizenaar van Doorn. Maarten ‘Hart noemt De held van Temesa terecht een meesterlijke roman, met een ‘magnifiek, groots en meeslepend verteld verhaal.’

Vestdijk had een voorliefde voor de rafelranden van de erotiek. Gluurders, hoeren, sadomasochisten, incest, wurgseks, zelfs hints van necrofilie en nog veel meer vinden we regelmatig terug in zijn werken, zonder dat hij daarbij ooit impliciet wordt, laat staan dat hij schuttingwoorden nodig heeft. In deze roman beschrijft hij bijvoorbeeld als volgt een heftige seksscène:

Het bleek nu, dat zij wel kussen wilden en ook heel goed kon, maar alleen wanneer zij zelf de leiding nam. Dit was nieuw voor mij; Orseïs had alleen de leiding genomen met fijnzinnige wenken en Sybaritische bedenksels, nooit bij de handelingen zelve. Het was alsof de godenmoeder Hera mij in haar armen koesterde, het was machtig en krachtverslindend, goddelijk en gelukbrengend, het was alsof ik almaar aan het nectar slurpen was, een heerlijke dikke zoete stroop; het doodde mijn eerste en laatste sprankje liefde voor haar; en die keer is stellig het dochtertje verwekt, dat zij acht maanden na de bruiloft aan Temesa schonk.

(In het licht van wat erna gebeurt, draagt dit citaat met terugwerkende kracht bij aan mijn verdenking tegen Plexippos. Waarom doodde de vurige passie van zijn jonge vrouw zijn liefde voor haar? Spreekt hij hier zijn mond voorbij? Geeft hij dan soms de voorkeur aan meisjes die passief blijven door bedwelming? Meisjes die niet bij kennis, of zelfs al niet meer in leven zijn?)

Vestdijk was taboeloos in zijn werken, en bovenal niet moraliserend, zoals ook priester Plexippos niet de zede(n)rechter wilde uithangen tegenover zijn hoerenlopende ambtsgenoot.

Over moraal en meerdere interpretaties gesproken, Anne Wadman ziet in Plexippos een soort Adolf Eichmann, een functionaris die zijn opdracht correct uitvoert, zonder de misdadigheid ervan in beschouwing te nemen (zie zijn boekje Handdruk en handgemeen). Ook voor die invalshoek is wel wat te zeggen, te meer daar het beruchte proces tegen Eichmann net was afgerond in de periode dat Vestdijk aan De held van Temesa werkte, en het hele gebeuren veel publiciteit heeft gehad.

De held van Temesa werd destijds in 1962 door de pers en lezers onthaald als fenomenaal, briljant en virtuoos. Ik kan dat alleen maar beamen en nodig iedereen uit dit boek te lezen en te herlezen. Voeg daarna je eigen interpretatie van het relaas van Plexippos toe in het commentaar hieronder.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *