De Schiedamse jaren: Herinneringen aan Gerard Reve3 min read

Een klein, maar fraai uitgegeven boekje met herinneringen van Schiedammers aan Reve, die van 1975 tot 1993 in deze stad inwoonde bij zijn levenspartner Joop Schafthuizen, als ze tenminste niet in hun tweede huis in Frankrijk verbleven. Een groot deel van de tijd woonden ze in de Nassaulaan, op een steenworp afstand van mijn geboortehuis.

Als het over Reve gaat, valt er altijd veel te lachen. In dit boekje dus veel voorbeelden van die kenmerkende Reviaanse humor.

Zo kwam ik Gerard op een dag tegen toen hij pas een darmoperatie had ondergaan. Hij zei toen: ‘Ze hebben alles wegehaald.’ Hij vertelde verder dat hij wel blij was dat een vrouwelijke chirurg, Kagie genaamd, hem had geholpen. ‘Vrouwen, die kunnen toch beter naaien en verstellen.’

Buren en bekenden werden vaak uitgenodigd om eens langs te komen in Frankrijk, ‘dan gaan we samen achter de meiden aan.’

We reden naar het Geheime Landgoed boven op de berg. De weg was erg gevaarlijk. Ik vond het doodeng. Onderweg vertelde Gerard verhalen. Hij stopte dan de auto en begon: ‘Die twee dorpjes daar, boven op de berg die kennen jullie toch wel?’
‘Nee Gerard, die kennen wij niet.’
‘Echt niet? Nu moeten jullie weten dat daar een jongen woont die elke dag voor het hele dorp de afwas doet. Toen moest die jongen het leger in en moest zijn moeder alle afwas door de week opsparen, zodat hij het in het weekend kon doen. Hij werkte de hele zaterdag en de hele zondag. ’s Nachts ging hij niet naar bed, want daar had hij de tijd niet voor.’

Foto: Klaas Koppe

Alle verhalen brachten mijn eigen correspondentie met Reve terug in mijn herinnering, eind jaren ’80. Nooit eerder onthulde ik dit. Rond mijn achttiende jaar was ik nog veel doller op Reviaanse humor dan vandaag. Ik besloot een brief te richten tot de Volksschrijver en stuurde deze naar de uitgever, met een aan mijzelf geadresseerde en gefrankeerde enveloppe erin voor het antwoord.

Wekenlang wachtte ik gespannen op een reactie. Maar er gebeurde niets. Toen schreef ik een tweede brief, waarin ik suggereerde dat een medewerker van de uitgeverij wellicht op snode wijze de postzegel van mijn retourenveloppe had losgeweekt voor eigen gewin. Ik voegde er een nieuwe antwoordenveloppe bij, met een extra postzegel voor de zekerheid.

Toen ik twee dagen later thuiskwam, vond ik mijn retourenveloppe op de kokosmat. Reve had geantwoord!

Ik legde de brief eerbiedig op mijn bureautje en ging mezelf eerst moed indrinken. Een brief van Reve! Misschien zou deze wel in een volgende brievenbundel worden afgedrukt. ‘Brieven aan Jeroen L.’ Het duizelde me.

Later die avond scheurde ik met bevende vingers, heel voorzichtig de enveloppe open. Ik keek erin. De enveloppe was leeg, op een ongebruikte postzegel na.

Tot zover mijn correspondentie met Gerard Reve, die in geen enkele bundel is opgenomen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.