De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje – Nescio2 min read

De ster van Nescio staat zó hoog in het hemelgewelf van de Nederlandse literatuur, dat heel soms mensen zich daar weer tegen verzetten. ‘Wat stellen die verhaaltjes van hem eigenlijk voor?’ brommen ze. Maar dat is onzin. Nescio is briljant.

De uitvreter, met de beroemdste openingszin uit de Nederlandse literatuur, is een monument, vergelijkbaar met ‘De aardappeleters’ van Van Gogh. Los van de tijdloze zinnen en karakters geeft het een beeld van een heel andere tijd, een tijd van armoede. Dat was toen een heel ander begrip dan nu. Armoede was niet dat je geen geld had voor internet, of een iPhone. Armoede was dat je wegens geldgebrek zonder winterjas door de vrieskou moest, geen kolen had om het tochtige huis warm te stoken en je met een lege maag naar bed ging.

Niet dat Japi zich daar druk om maakte. Vroeger wel, ‘te sappel had i zich gemaakt, hij was nu wijzer.’ En hij zag de mensen piekeren.

En altijd zaten ze in angst ergens voor en hadden ze verdriet ergens over. Altijd waren ze bang ergens te laat te komen of van iemand een standje te krijgen, of zij kwamen niet uit met hun tractement, of hun plee was verstopt, of ze hadden een zweertje, of hun Zondagsche pak begon te slijten, of de huur moest betaald worden; dit konden ze niet doen hierom en dàt moesten ze laten daarom. In zijn jongen tijd was i nog zoo dom niet geweest. Een sigaartje rooken, een beetje kletsen, wat rondkoekeloeren, je verheugen in het zonnetje als ’t er was en in den regen als ’t er niet was, en niet denken aan den dag van morgen, niets willen worden, niets te verlangen dan af en toe wat goed weer.

Bij Titaantjes vinden we alwéér zo’n legendarische openingszin. Nostalgisch terugzien op de tijd toen je negentien was, er zijn veel later duizenden popliedjes aan dit thema gewijd. De ‘aardige jongens’ van vroeger zijn na al die jaren toch keurige radertjes in de maatschappij geworden. Too Old to Rock ‘n’ Roll: Too Young to Die!

Nescio schreef proza, maar het is bijna poëzie. ‘Doelloos zit ik, Gods doel is de doelloosheid.’ Nescio is de Lao-Tse van de polder.

De beroemd geworden zin over ‘de God van je tante’ staat in Dichtertje en gaat over de Schepper die het ook allemaal niet meer weet. Opnieuw een verhaal vol weemoed. ‘De zoete en pijnlijke en onbegrepen weemoed.’

‘En zoo gaat alles z’n gangetje en wee hem die vraagt: Waarom?’

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.