Grip – Stephan Enter2 min read

Omdat mijn tijd beperkt is volg ik niet elke gril op de Nederlandse boekenmarkt. Ik lees selectief. Zelden weegt een hedendaagse roman uit de boekentoptien op tegen een klassieker uit de twintigste of negentiende eeuw. Maar ik kan niets uitsluiten en wil een klein beetje voeling blijven houden met de literatuur uit de tijd waarin ik leef. De laatste twee nieuwere romans, van Pieter Waterdrinker en Wessel te Gussinklo, vielen niet tegen. Dus maar weer een gokje gewaagd en Grip ter hand genomen, het boek uit 2011 van Stephan Enter, bejubeld door recensenten en lezers.

De personages in Grip zijn van dezelfde generatie als ikzelf, dat zorgt voor herkenning. Op weg naar een reünie kijken ze terug op een klimvakantie in Noorwegen. Zelf heb ik nooit geklommen, maar ik zie parallellen met onze tochten op de motor door de Alpen en Dolomieten. Op de begrafenis van een vriend van toen had ik een tijdje geleden zo’n zelfde soort reünie als waar het in deze roman om gaat.

Door gebeurtenissen te beschrijven als bekeken door de ogen van verschillende personen laat Stephan Enter zien hoe ieders achtergrond zijn ervaringen kleurt en vooral ook hoe je op een ander altijd een andere indruk maakt dan je verwacht. Dat mensen vooral met zichzelf worstelen. En dat dingen meestal toch net weer anders zijn dan je denkt, omdat je niet alles ziet.

Gaandeweg leer je welke geheimen de personages voor elkaar hebben en langzaam bouw je uit hun subjectieve herinneringen je eigen (dus evenmin objectieve) beeld op van wat er heeft plaatsgevonden. Het is een boek waarover is nagedacht. Er valt bij wijze van spreken geen mus van het dak valt zonder dat het een gevolg heeft.

Mooi vond ik de originele beschrijvingen van het landschap, half door de ogen van de personages, half door die van de verteller. Een tarweveldje dat in de wind rilt als een paardevacht, met een kronkelend riviertje vol felzilveren schubben. Vanuit de trein:

Heggen doken weg en sprongen op en deinsden achteruit en slopen weer naderbij; een rij kreupele eiken verijlde tegen de horizon, in de oksel van een heuvelrand vlamde een kas als een gevallen ster. Daar, in de geploegde akker, in de behaaglijke warmte van de middag, stonden en liepen mensen kriskras – een zwerm neergestreken vogels.

Dat Stephan Enter in zijn boek de spelling van 1995 en eerder hanteert, las ik pas later. Het was me niet opgevallen, waarschijnlijk omdat ik vaak oudere boeken lees, dus dan maakt dat geen verschil. De wereld bezien vanuit de zorgeloze Paul sprak me het meeste aan, al blijkt dat ook hij de dingen niet altijd even scherp ziet. Het boek geeft je iets om over na te denken en toont aan dat er gelukkig ook in onze tijd uitstekende boeken worden geschreven. En ik snap nu de in recensies van Grip gemaakte grap van de cliffhanger.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.