Het reizen vereist sterke zenuwen – Bob den Uyl2 min read

In de Angelsaksische wereld, waar tradities sowieso beter in ere worden gehouden, heb je nog wel Bobs, zoals Uncle Bob (Dylan) en Saint Bob (Geldoff). De meest Bobbe van allen, de grootste Bob, zeg maar gerust de ÜberBob, was natuurlijk Bob Ross, de schilder van happy little trees op eenzame berghellingen en de enige blanke ooit met een volledig natuurlijk afrokapsel. Als ik Bob Ross toevallig tegenkom bij het nachtelijke zappen blijf ik altijd kijken. Bob geeft mij rust.

Ooit had ik een collega die zich toelegde op het schilderen. En dan natuurlijk niet abstracte werken in de categorie ‘vrije expressie’, om ze vervolgens de titel ‘sans titre’ mee te geven, neen, landschapjes volgens de methode Bob Ross. Ze gaf er cursussen in. Daartoe had ze speciale toestemming van de erven Bob Ross, verkregen door jarenlange devote studie en het neerleggen van een niet mis te verstane somme gelds, ten bewijze waarvan ze aan een ieder desgevraagd een gewaarmerkte licentie kon overleggen. Ze verkocht ook speciale verf, kwasten en andere materialen zonder welke je nooit een echte Bob Ross kunt vervaardigen. Zelfs had ze een horloge met daarop de afbeelding van Bob Ross. Als je haar vroeg hoe laat het was, antwoordde ze olijk: ‘het is precies tien over Bob.’

Wat heeft dit alles met Bob den Uyl te maken? Misschien dat ook deze Bob schrijft met terzijdes en uitweidingen over van alles en nog wat. In een verhaal over Bonn (uit: ‘Verhelderende kronieken’, 1978) staat bijvoorbeeld opeens tussen haakjes een opmerking over het station Montparnasse in Parijs, die (nog steeds tussen haakjes) bijna een bladzijde in beslag neemt. Het kopen van een treinkaartje, een ritje met de bus: geen gebeurtenis is klein genoeg om niet uitgebreid te worden geboekstaafd. Op een gezellige keuvelende toon ratelt Bob maar door.

Een waarschuwing: in dit verhaal gebeurt niets. Inderdaad, eindelijk een verhaal waarin niets gebeurt. Dank u. Jarenlang ben ik gebukt gegaan onder de heersende mening dat er in een verhaal, vertelling of verslag iets wezenlijks dient te gebeuren. Op niet nader te omschrijven wijze is me geopenbaard dat dit een misvatting is. Er gebeurt al genoeg. Dus eigenlijk ook weer niets.

Het kenmerk van Bob den Uyls stijl is een zekere opgewekte neerslachtigheid. Hij reist wat af, maar komt steeds weer tot de slotsom: eigenlijk kan je maar beter thuisblijven.

De oudste verhalen doen soms oubollig aan, maar de nieuwere zijn leuk. En zelfs in de oude verhalen staan nog kostelijke zinnen, zoals de observaties over de inwoners van België: ‘ in een hoek zat een dikke vrouw een werkelijk verbijsterend gekrijs uit te stoten, wat algemeen als vrolijk gelach werd aanvaard,’ en men bediende zich van een taal ‘die men zowel sappig Vlaams als het geloei van zieke koeien kan noemen, al naar gelang de pet staat.’ (uit: ‘In ’t groene dal’, 1971).

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.