Het schandaal der Blauwbaarden – S. Vestdijk3 min read

Op zoek naar een niet al te dik tussendoortje ging ik met mijn vinger langs de planken van mijn boekenkast, het hoofd scheef om de titel te kunnen lezen en zie, weldra viel mijn oog op nummer 49 van de verzamelde romans van S. Vestdijk.

Daar ik geloof in spreiding van het genot heb ik reeds lang geleden besloten om het gebergte van Vestdijk niet in één keer te beklimmen, maar verspreid over tientallen jaren. Zo kon het dus zijn dat ik deze roman, Het schandaal der Blauwbaarden, nog niet eerder gelezen had.

Natuurlijk had ik de platte wegen kunnen bewandelen en, in navolging van de massa, deze zomer het nieuwste werk van Peter Buwalda of Ilja Leonard Pfeijffer ter hand kunnen nemen, maar van de eerstgenoemde wacht ik liever af of hij zijn aangekondigde trilogie wel echt gaat voltooien en de ‘zachte, blote tietjes’ waaraan naar verluidt in Grand Hotel Europa, geen gebrek is, edele delen van aantrekkelijke vrouwen die zich opstellen in rijen om de gezette maar kennelijk nog altijd geile inwoner van Genua te mogen beklimmen (over een gebergte gesproken!), zullen voorlopig nog wel niet verleppen, sterker nog, zij zullen waarschijnlijk talrijker en sappiger worden naarmate de fantasierijke Leidse bard ouder en behoeftiger wordt.

Vestdijk had het niet bepaald nodig om erotische wensdromen in zijn romans te verwerken. Wat dat betreft (maar dan ook alleen dat) was hij meer een man van de daad dan van het woord. Als bijna zeventigjarige was hij net met zijn kersverse, veertig jaar jongere vrouw op vakantie in Italië geweest en terwijl het tastbare bewijs van zijn viriliteit kraaiend in de wieg lag, schreef hij binnen twee weken aan de hand van een te San Gimignano gekocht Duitstalig toeristenboekje de roman Het schandaal der blauwbaarden.

Meteen al in de eerste regels schrijft Vestdijk, bij monde van een van de hoofdpersonen, een romanschrijver: ‘mijn historische noties stamden in hoofdzaak uit toeristische boekjes vol oncontroleerbare grootspraak.’ Dat is geestig, omdat Vestdijk zelf dus toevallig wel in San Gimignano, maar bijvoorbeeld nooit op Jamaica (Rumeiland) of Ierland (Ierse nachten) was geweest.

Daarmee is de toon van deze ‘luchtige en kluchtige roman’ (achterflap) gezet. Schmierend gaat Vestdijk door tot het einde. De uitgever had gevraagd om een dun boek, om de prijs beneden de tien gulden te kunnen houden (zo heeft de eerste biograaf Hans Visser uitgezocht) en de routinier uit Doorn had er geen problemen mee om dit werk – stofzuiger aan, oordopjes in – uit zijn mouw te schudden.

Voortdurend dat gevoel van anachronisme als vuistslagen op het oog. Beroemde beeldhouwwerken voor en naast het Palazzo Vecchio maakten de indruk van de meest smakeloze aller exposities, en zelfs onsmakelijke, want de volkse bijnaam van de witmarmeren Neptunus bij de gelijknamige fontein – de ‘dikke witte’ – leek mij, hoe vernietigend ook, nog gematigd naast de onfatsoenlijke werkelijkheid.

Wie overigens bij de ‘dikke witte’ en ‘smakeloos’ denkt aan Ilja Leonard Pfeijffer heeft zelf hevig last van anachronismen, want Vestdijk schrijft over Florence en niet over Genua.

Het schandaal der Blauwbaardenis een vermakelijke roman, waaraan ik veel meer plezier beleefde dan aan De zwarte ruiter, ook een dun boekje. Verwacht geen monumentaal werk als De vuuraanbidders of De kellner en de levenden; gewoon een smakelijk tussendoortje voor de schrijver én de lezer, maar wel op niveau.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.