Indië in vervlogen tijden – Louis Zweers4 min read

Toen ik tijdens een werkbezoek aan Jakarta en Semarang (Midden-Java) verrassend veel resten van de koloniale periode aantrof, zoals oude gebouwen met Nederlandse opschriften en Nederlandse gerechten op de menukaart, raakte ik geïnteresseerd in die tijd.

Er blijkt in Nederland een enorme hoeveelheid nostalgische fotoboeken en dergelijke op de markt van tweedehands boeken te worden aangeboden, allemaal gewijd aan tempo doeloe. Het fotoboek Indië in vervlogen tijden uit 2008, is een van de meer recente uitgaven. Dit boek nam ik voor vijf euro over van een meneer in Beetsterzwaag (leuk plaatsje trouwens), die graag een praatje maakte. Zijn oom was tijdens de laatste koloniale oorlog als soldaat omgekomen door een trekbom nabij Semarang.

De verkoper was een paar jaar geleden met zijn oude tante voor het eerst naar Indonesië gereisd. Uit oude stukken hadden ze de locatie weten te achterhalen waar oom was gesneuveld en tante ooit tot weduwe was gemaakt. Hij vertelde me dat juist terwijl ze daar foto’s maakten, een vriendelijk oude man zich meldde die zei dat hij hier ooit een bom had laten ontploffen. Nooit eerder had de Indonesiër erover gepraat en nu stond hij oog in oog met de familie van zijn vroegere tegenstander. Truth is stranger than fiction.  

Het boek is fraai uitgegeven in een reeks van boeken met foto’s uit grootmoeders tijd. In het voorwoord beschrijft de samensteller hoe in de jaren ’20 van de twintigste eeuw in Indonesië (vooral op Java) het nationalisme opkwam. Goed opgeleide, jonge Indonesiërs begonnen na te denken over onafhankelijkheid. Het koloniale bewind trad hier streng tegen op, van vrijheid van meningsuiting was geen sprake.

De reactie van de Nederlandse gemeenschap in Nederlands-Indië op het groeiende zelfbewustzijn van de Indonesiërs was dat men zich steeds verder terugtrok in de eigen bubbel. Men ging meer op de Europese manier leven en had steeds minder contact met de mensen en de cultuur van Indonesië. Dit kwam ook doordat er steeds meer Nederlandse vrouwen de reis maakten. Velen van hen trouwden vanuit Nederland met de handschoen.

De Europese groep, inclusief de Indo-Europeanen, omvatte in 1930 250.000 personen. Dat was nog geen half procent van de totale bevolking in de Indische Archipel.

De foto’s in het boek stammen uit de periode tussen 1900 en 1930. Het ging economisch erg goed met de zeer kleine, maar rijke bovenlaag van de Nederlanders in de archipel. Ze leefden als vorsten, met veel bedienden, en velen poseren trots met het nieuwste model automobiel dat ze vanuit Europa of Amerika hadden laten overvaren.

De bizarre maatschappelijke verhoudingen die in verre koloniën kennelijk normaal waren komen goed uit de foto’s naar voren. Op een van de foto’s, genomen in 1915, zien we een Nederlands jongetje, als een kleine keizer gezeten op een draagstoel. Hij kijkt verveeld en leunt op zijn proviandtrommel. Zijn witte beentjes bungelen naar beneden en zijn hoge leren schoenen glimmen. Tegen de tropische zon draagt hij een parasol en ten overvloede nog een zonnehoedje.

De dragers zijn Javaanse jongens van een paar jaar ouder, gestoken in vuile kleren en op blote voeten dragen ze de jongeheer door de hitte.  De voorste houdt in zijn hand ook nog eens een zware tas, waarschijnlijk met spullen van het blanke jongetje. Is het verbazingwekkend dat het dertig jaar later tot een uitbarsting van geweld kwam tegen de overheersers toen zij deze oude orde wilden herstellen?

Vanuit het standpunt van de kolonialen zijn het nostalgische plaatjes. De planters waren schatrijk en konden zich alle luxe veroorloven. Een bestuursambtenaar kon al met vijfenveertig jaar met pensioen, want tropenjaren telden dubbel. Maar de lokale bevolking werd uitgebuit en klein gehouden. Hen treffen we geknield of gehurkt aan op de foto’s.  Dit is niet een ‘goeie ouwe tijd’ maar een periode die gelukkig voorgoed voorbij is.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.