Memoires van een slecht mens, deel 1 – Theo Kars2 min read

Omdat Praktisch verstand van Theo Kars een van mijn favoriete boeken is, begon ik met grote interesse aan het eerste deel van zijn memoires, waarin hij zijn ontwikkeling beschrijft van zijn geboorte in 1940 tot 1964. Het einde van dit eerste deel lijkt willekeurig, het eindigt midden in een anekdote, als een soort cliff hanger.

Theo Kars schreef deze memoires zoals hij ook zijn primaire werk schreef:

Wat mij tot schrijven dreef, was de behoefte vast te leggen wat ik meemaakte, het opnieuw en nog intenser te beleven, en er lering uit te trekken.

Kars was een typische Einzelgänger, iemand die zijn eigen weg ging. Hij komt daarbij niet bijzonder sympathiek over, iets dat mij bij lezing een groeiend gevoel van teleurstelling bezorgde. Kars spreekt in zijn boek zonder een spoor van empathie over zijn laagopgeleide ouders. Vooral zijn moeder moet het ontgelden. Het harde oordeel lijkt weinig evenwichtig, mede omdat uit alles blijkt dat Theo zelf ook niet de makkelijkste was.

Ik durf zelfs wel te stellen dat Kars psychopathische trekjes had, kennelijk zonder zichzelf daarvan bewust te zijn. Hij gebruikte mensen zonder enige wroeging, ook niet achteraf. Er is in het boek bijvoorbeeld een jongen op wie hij neerkijkt, maar met wie hij toch omgaat, omdat hij daardoor gebruik kan maken van het landhuis van diens ouders. Zo zijn er vele voorbeelden. Verschillende keren schrijft Kars dat hij zich superieur voelt aan mensen met wie hij omgaat. Hij heeft weinig begrip voor hun beperkingen, noch voor hun voor- en afkeuren, als die afwijken van de zijne.

Al snel belandt Kars in de criminaliteit. Het begint met het niet afrekenen voor een kop koffie, gaat al snel over in het stelen van een fiets en eindigt met het systematisch en op grote schaal roven en daarna doorverkopen van boeken. Als klap op de vuurpijl pleegt Kars met een groep ‘nuttige kennissen’ een goed doordachte postwisselfraude. Met de grote opbrengst kan hij een paar jaar een luxe leventje kon leiden zonder te hoeven werken.

Kars’ houding tegenover vrouwen is eigenaardig. Hij eist voor zichzelf het recht op om met andere vrouwen naar bed te gaan en vindt daarnaast dat hij daarover vrij moet kunnen vertellen aan zijn vriendin, ook al vraagt zij hem erover te zwijgen. Maar als zij op haar beurt een keer vreemd gaat (nota bene onder verzachtende omstandigheden), verbreekt hij de relatie op staande voet.

Dit alles maakt dat ik het boek met gemengde gevoelens las. Ik bewonder de individualiteit en het non-conformisme van Kars, maar had gehoopt op meer compassie en minder platte zelfrechtvaardiging. Toch staan er vele kostelijke observaties in het boek, die ik niet had willen missen. Ik ga dan ook zeker deel 2 van de memoires lezen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.