Multatuli als lotgenoot van Du Perron – J.H.W. Veenstra3 min read

In Multatuli als lotgenoot van Du Perron (eigenlijk zou het andersom moeten zijn, maar dit terzijde) onderzoekt J.H.W. Veenstra hoe E. du Perron kon uitgroeien tot die ‘even vurige als vinnige advocaat’ van Multatuli. Nu ik net De Man van Lebak heb gelezen is dit voor mij interessante lectuur.

De spelling die wordt gehanteerd in dit boekje van 57 bladzijden is niet die van Multatuli, maar weerspiegelt 1979, het jaar waarin J.H.W. Veenstra de tekst voordroeg als lezing voor het Multatuli-genootschap. Er staan woorden in als ‘psichisch’, ‘kontekst’, ‘tema’, ‘ekstra’ en ‘simpatiek.’

Curieus is het om te lezen over de kleinzoon van Jan, de oudere broer van Eduard Douwes Dekker. Deze Ernest Douwes Dekker, ook wel Nes genoemd, werd geboren en getogen in Nederlands-Indië en ging als jongeman naar Zuid-Afrika om met de Boeren tegen de Engelsen te vechten. Terug in Nederlands-Indië richtte hij een tijdschrift en een politieke partij op. Hij werd verbannen naar Nederland en promoveerde in Zürich. Een tijd later werd hij gearresteerd in Hongkong wegens anti-Britse activiteiten en gevangen gezet in Singapore.

Na zijn vrijlating werd hij weer toegelaten op Java. Daar pakte hij zijn politieke activiteiten weer op, waarbij hij pleitte voor meer autonomie. Dit werd door het gezag andermaal als staatsondermijnend beschouwd en met een groep NSB’ers werd hij als gevangene naar Suriname gebracht. Ernest Douwes Dekker werd onder meer verdacht van Indonesisch-nationalistische sympathieën en spionage voor Japan. Na de oorlog werd hij vanuit Suriname naar Nederland verscheept met een uitreisverbod, maar hij wist toch te ontsnappen naar Indonesië, waar net de onafhankelijkheid was uitgeroepen. Hij koos direct de kant van de Indonesische vrijheidsstrijders en wist het in Yogyakarta te schoppen tot adviseur van president Soekarno, ruim voordat de Indonesische onafhankelijk door Nederland was erkend.

Ernest Douwes Dekker schreef vijf toneelstukken, een filmscenario, enkele dichtbundels, vertalingen van buitenlandse poëzie en zes romans. Helaas had hij van zijn beroemde oudoom wel diens engagement, maar niet zozeer zijn schrijftalent geërfd. Het is aan deze Douwes Dekker dat Du Perron zijn boek De Man van Lebak opdroeg.

Bij Ernest en diens broer Guido vond Du Perron in Indië de kladversie van een nooit eerder gepubliceerde brief van Multatuli, geschreven vlak na diens ontslag als assistent-resident. Hiermee werd voor het eerst bewezen dat Multatuli al direct ‘de zaak van de Javaan’ voor ogen had en dit er niet pas veel later bij verzon om zijn ontslag een heldhaftig tintje te geven, zoals sommige tegenstanders later beweerden.

In eerste (eigenlijk in tweede) instantie weigerde Guido Douwes Dekker de brief vrij te geven voor publicatie, omdat hij verwachtte dat de brief van zijn reeds lang overleden oudoom, in haastige drift geschreven, tegenstanders extra kruit voor hun beschietingen zou geven.

Daarnaast vreesde hij voor moeilijkheden met de autoriteiten, zelfs nog bijna tachtig jaar na de kwestie in Lebak. Du Perron reageerde met een brief van negentien kantjes, waaruit Veenstra ruim citeert. Dit schrijven is meer dan de moeite waard.

De lange brief overtuigt Guido en hij geeft alsnog zijn toestemming. Daarmee kon Du Perron zijn boek afmaken, dat na diens dood is aangevuld met latere geschriften (opgenomen in de verzamelde werken van Du Perron – dat is ook de door mij besproken versie) en zo een eerste biografie van de eerste helft van het leven van Multatuli vormde. Aan het tweede deel kwam Du Perron niet toe daar hij in 1940 in de leeftijd van veertig jaar oud stierf door hartfalen.

Veenstra schrijft:

De schrijver van een volledige Mutatuli-biografie, die door literair Nederland zo langzamerhand als de Messias wordt verwacht, moet van goeden huize komen wil hij over het ambtelijke voortbestaan van de schrijver de analise van Du Perron overtreffen.

Biografieën zijn er inmiddels gekomen, ik heb er hier zo maar drie in mijn boekenkast staan, De raadselachtige Multatuli van Willem Frederik Hermans meegerekend. Ze steunen alle op het spitwerk dat Du Perron verrichtte in Nederlands-Indië en in het Mutatuli-museum in Amsterdam, waar vóór de oorlog nog veel documenten onaangeroerd in de archieven lagen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.