Rook – Toergenjev2 min read

Rook is een typisch negentiende-eeuwse roman van Toergenjev. Hoewel het verhaal speelt in het Duitse kuuroord Baden-Baden, waar de schrijver enige tijd woonde, besteden de personages geen tijd aan balneologische bespiegelingen, maar spreken ze, als Russen onder elkaar, over politiek en – zoals eigenlijk in alle Russische romans uit die tijd – over de toestand van Rusland en de Russen.

Er is niets, en in tien eeuwen heeft Rusland niets eigens opgeleverd, noch op het gebied van bestuur, noch van het recht, noch in de wetenschap, in de kunst, zelfs niet in het handwerk… Maar toch: geduld, alles komt. Waarom komt het, zult u misschien vragen? Wel, omdat zij, ontwikkelde mensen een hoop vuilnis zijn; maar het volk…o! dat is een groot volk. Ziet u die boerenjas? Daar zal alles uit voortkomen. Alle andere afgodsbeelden zijn verbrijzeld; laten we in de boerenjas gaan geloven.

Het oordeel van enkele personages over hun landgenoten is vaak vol spot en niet zo positief, maar wel raak getypeerd. Dit werd Toergenjev niet in dank afgenomen. Hij liet de kritiek dan wel over aan een romanfiguur, zoals de hierboven geciteerde Potoegin, die een geweldige litanie afsteekt, maar daar prikten zijn tijdgenoten snel doorheen. Hij werd niet meer uitgenodigd op soirées en moest zich zelfs meermaals verantwoorden bij de Russische autoriteiten, waarbij het hem overigens meestal wel weer lukte om zich eruit te kletsen (zie de noten van Karel van het Reve bij de Brieven en het boek Geschiedenis van de Russische literatuur van dezelfde auteur).

Precies zoals Edward St Aubyn in Wat heet hoop de hedendaagse Britse upper class op de hak neemt en hen neerzet als oppervlakkige, verwenden losbollen, deed Toergenjev dat ruim een eeuw eerder met de rijke Russen.

Sommige onderdelen van Rook zijn typisch voor de negentiende eeuw, zoals de verteltrant en het feit dat het bijzonder was dat twee echtgenoten elkaar tutoyeerden, dan stonden ze kennelijk wel op bijzonder goede voet met elkaar. Maar vele dialogen en bespiegelingen in het boek zijn tijdloos.

‘Rook, rook’, zei hij een paar keer; en alles leek hem opeens rook, alles, zijn eigen leven; het Russische leven – al het menselijke, vooral het Russische. Alles is rook en damp, dacht hij; alles schijnt onophoudelijk te veranderen, overal nieuwe beelden, het ene verschijnsel na het andere, en in wezen is alles steeds hetzelfde; alles heeft haast, moet nodig ergens heen – en alles verdwijnt spoorloos zonder iets te hebben bereikt; er waait een andere wind en alles vliegt de andere kant op, en daar zie je dan weer hetzelfde onophoudelijke, opgewonden en – onnodige spel.

Ik hou ervan en prijs me gelukkig dat ik de verzamelde werken van Toergenjev bezit, als onderdeel van Van Oorschots onvolprezen Russische Bibliotheek.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.