Turks fruit – Jan Wolkers6 min read
Onze schrijvers zijn sulletjes geworden, stelt Roelof Bouwman. Was het vroeger beter? Of is onze herinnering gekleurd? Blijft bijvoorbeeld Turks fruit, Jan Wolkers’ bekendste roman, uitgekomen in 1969, bij herlezing anno nu overeind? Het was mijn missie om dat uit te vinden.
In de derde volzin van het boek is de ik-figuur zich al aan het aftrekken. Zij heeft hem verlaten en hij denkt terug aan de wilde seks die ze hadden. Dat laatste gebeurde binnen gehoorafstand van de buurman, die zei: ‘Het lijkt wel of jullie een nest jonge honden in huis hebben.’ Branie met humor. Tot zover alles volgens verwachting.
Ik las haar brieven na en schreef er zinnen uit op de muur: ‘Nadat ik je verlaten had, moest ik een apotheek inrennen om bloedstelpende watten, die nodig waren om mijn hart in goede conditie te houden.’ En: ‘Gisterenavond kon je hier in de stad het hooi ruiken. Ik verlang zo naar je. Terwijl ik dit schrijf maakt mijn kut zuigende bewegingen als het mondje van een baby.’ Ik pijnigde mijn hersens af met er steeds weer aan te denken wat er misgegaan was, waarom ze van me weggegaan was voor zo’n klootzak, zo’n handelsreiziger, zo’n uit zijn krachten gegroeide lul met een doorgebogen rug. Ik kreeg pijn in mijn hoofdhuid van het denken en wroeten. Ik kwam er niet uit, kon het niet begrijpen. Hoe had ze zich zo kunnen laten vergiftigen. Door dat smerige secreet van een moeder van haar. En dan trok ik me maar weer af bij die foto van haar, naakt, op de rug gezien. Ze richt zich even op zodat haar billen zwaar naar beneden hangen. En ik roep, schijt, godverdomme, schijt voor me, dan lik ik de stront van je reet.
Zo dan. Hallooo! Tja, als je het hiermee vergelijkt, dan zijn die jonge schrijvertjes van nu inderdaad een stel brave hendriken. Zoiets zou je nu niet meer kunnen plaatsen op sociale media, misschien krijg ik er zelfs wel problemen mee als ik dat citaat hier laat staan. Ik kan me voorstellen dat dit als een mokerslag aankwam in 1969. Dat doet het nog steeds, eigenlijk.
Jan Wolkers zette zich natuurlijk enorm af tegen het gereformeerde milieu waarin hij was opgegroeid en gooide alle remmen los. Daarmee surfte hij op de golven van die tijd, eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Want het sloeg enorm aan. Turks fruit werd een ongelofelijk kassucces. Uit het Dagboek 1973 blijkt dat Wolkers alleen al in dat ene jaar 185.000 gulden op zijn bankrekening kreeg bijgeschreven van zijn uitgever. Dat was ruim negen keer een modaal jaarsalaris. En toen moest het enorme succes van de verfilming nog komen!
Dat Turks fruit als boek én als bioscoopfilm mainstream was in die jaren zegt veel over de jaren zeventig. Zoiets komt nooit meer terug. Inmiddels zijn we weer een heel stuk preutser geworden. Veel taboes uit de jaren vijftig, destijds mede door Wolkers doorbroken, zijn terug. De onderbouwing is anders, maar de afstraffing na overtreding is weer net zo zwaar als vóór Turks fruit.
In het boek blijft Jan maar doorbeuken:
Ik naaide de ene meid na de andere. Ik sleepte ze naar mijn hol en rukte ze de kleren van het lijf en ramde me een ongeluk. Dan werkte ik ze de deur uit na een haastig glas drank. Soms drie op een dag. Grote tieten, hangend als zakken brij met spenen om aan te zuigen. Kleine verschrompelde tietjes, te zielig om te strelen. Dan maar het truitje aanhouden. Bossen schaamhaar, ruw als zeegras, zacht als bont. Droge kutten met wratten van binnen. Naar aan je vingers maar lekker voor je lul. Kutten die je niet te zien kreeg omdat er een handje voor werd gehouden. Kutten zacht en vochtig als een vlabroodje. Struise meiden met heupen als kazen en een Rotterdams accent en vol agressiviteit die je pik vasthielden alsof het het handvat van een drilboor was.
En zo gaat het maar door. Nee, dit is niet voor watjes. Wolkers was geen sulletje in deze tijd. Goed beschouwd wijken hele stukken van Turks fruit niet zo veel af van de dagboeken, met als belangrijk verschil dat er hier aan de tekst is geschaafd. Net als Theo Kars was Jan Wolkers in de stad aan het jagen op meisjes, ‘met mijn pik als harpoen om die in de eerste de beste speklaag te stoten die boven de golven van het avondlijke stadsleven opdook’.
De manosphere? Wolkers heeft hem uitgevonden. Een kindje wil hij nog niet (later kreeg hij de tweeling), want hij heeft ‘geen behoefte aan zo’n schreeuwende tietzuiger in huis’. Het is voor Jan vanzelfsprekend dat Olga kookt en het huishouden doet. De schrijver geeft haar wekelijks een paar tientjes huishoudgeld. Laten we Jan maar niet langs de feministische maatlat leggen, hoewel ik vermoed dat Hedy d’Ancona en Cisca Dresslhuys nog steeds met hem weglopen.
Niet alleen gebruikt de hoofdpersoon van Turks fruit vrouwen enkel voor de seks en zou je de beschrijvingen van zijn bedpartners vrouwonvriendelijk kunnen noemen, hij blijkt ook een vrouwenmepper te zijn. Hij slaat zijn Olga namelijk een blauw oog en sterker nog: na de scheiding verkracht hij haar. Zo staat het althans beschreven in Turks fruit en dat hij dit waarschijnlijk tamelijk waarheidsgetrouw heeft opgeschreven, blijkt ook uit Wolkers’ dagboeken. Overigens een wonderlijk contrast met de lieve, zemelende opa die hij op zijn oude dag werd. Al die tijd bleef Wolkers mateloos populair, ook bij progressieve, feministische vrouwen. Maar een jonge schrijver, die tegenwoordig zo zou debuteren, zou het kunnen vergeten, dat is zeker. Nog los van de vraag of de sulletjes van vandaag het ooit zouden kunnen. Sommigen proberen het, maar de rauwe kracht van Jan Wolkers benaderen ze in de verste verten niet.
De vraag of het boek nog overeind staat kunnen we met een volmondig ja! beantwoorden. Het boek is soms grof en je mag het vulgair noemen, maar de energie en levenslust spatten van de bladzijden af. Hoewel de dagboeken volgens mij verder niet heel interessant zijn, geven ze wel aan dat Jan Wolkers als schrijver bijzonder authentiek was, om maar eens een vervelend woord te gebruiken. Het was bij hem geen pose; zoals hij het in deze roman beschrijft, zo was hij in het dagelijks leven ook. Dat proef je in de tekst; het is geloofwaardig.
Tijdens het lezen schoot ik vaak in de lach. Turks fruit zit vol tragiek én humor; een bijzondere combinatie. Daarom is het ook een knap boek. Hard, maar met een menselijk gevoel voor het noodlot. Het is ogenschijnlijk allemaal spontaan opgeschreven, alsof er iemand tegen je praat, van de hak op de tak en vrij associërend. Tegelijk heeft het boek een doordachte opbouw en compositie.
Dingen van vroeger komen meestal achteraf gezien niet meer over zoals toen; muziek die we destijds heavy vonden, daar luistert nu je oma naar; een film die voorheen als spannend gold, is nu slaapverwekkend; iets wat ooit schokte, ervaren we inmiddels als braaf en oubollig. Dat alles geldt niet voor Turks fruit. De schrijfstijl van Jan Wolkers staat nog steeds als een huis en heeft absoluut niets aan kracht ingeboet.
Recente reacties