Uit de suiker in de tabak – P.A. Daum2 min read

Mijn eerlijk gezegd niet hooggespannen verwachtingen over dit boek zijn ruimschoots overtroffen. Sterker nog, dit is een van de fijnste romans die ik de laatste jaren las. Dit boek is vlot en boeiend, in geen enkel opzicht nuffig of ouderwets. De personages leven en zijn met veel mensenkennis beschreven, er is ironie en humor en het verhaal is spannend. Het verhaal gaat met vaart van start. Het doet eerder denken aan Vestdijk dan aan Couperus, misschien mede door de ik-vorm, als in Rumeiland.

Wat me bevalt zijn de grappige, niet altijd even politiek-correcte beschrijvingen, bijvoorbeeld van mevrouw Sanders.

Mevrouw Sanders was een dikke dame van het land. Meer kan ik er niet van zeggen. ‘Dik’, dát was het woord. Wie haar zag, kreeg maar één indruk: ‘O god, wat is die vrouw dik!’ Haar vlees puilde in grote plooien en kussentjes onder haar huid, op haar wangen, haar hals, op haar boezem; haar kabaja stond overal even strak en wie haar voor de eerste maal zag kreeg de indruk, dat zij er binnen vijf minuten uit moest barsten.

Zij en haar dochter worden verderop aangeduid als ‘de twee vleespasteitjes’ en ‘de twee menselijke gelatines.’

Een uitzending naar Nederlands-Indië klonk mij vroeger altijd zo aanlokkelijk in de oren. Maar wat je er ook over leest, ook weer in dit boek, een onverdeeld genoegen was het nooit. Het waren letterlijk tropenjaren, en wat die uitdrukking ook nu nog betekent zegt eigenlijk genoeg. De constante is de enorme verveling bij de uitgezondenen. Met de plaatselijke bevolking (‘inlanders’) was weinig contact mogelijk (wellicht mede door de koloniale verhoudingen) en men was aangewezen op een kleine kring Hollanders, meestal niet bepaald de bloem der natie. Nieuws was er nauwelijks en roddelpraat des te meer.

Grappig om weer eens te zien hoeveel Indische woorden nog altijd zijn ingeburgerd in de Nederlandse taal, zoal branie, piekeren, pienter, soesa maken. Mijn grootmoeder had het soms over gladjakkers. Door deze roman leerde ik dat dit woord afkomstig is van het oude Maleise woord voor straathond (ook figuurlijk gebruikt).

Uit de suiker in de tabak is op meerdere niveaus een interessante roman. Meesterlijk geeft de schrijver de hypocrisie en zwakke kanten van de ik-persoon weer, zonder deze uit te spreken. De beschrijving van de voorbereiding van een duel zijn ronduit hilarisch. Hier speelt een van de markantste personages een rol, een soort aardse Mefisto, genaamd Drossaarts, die zo anders is dan de sympathieke oom Willem. De Parijse episode, inclusief de ontknoping, is subliem.

Zo is het boek rijk aan uiteenlopende beelden, gevangen in één grote verhaallijn. Zonder voorbehoud concludeer ik dat P.A. Daum (‘Maurits’) kan zich meten met de grootste Russen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.