Wat wij zagen – Hanna Bervoets5 min read

Het boekenweekgeschenk van 2021 is vanzelfsprekend een eigentijds boek. Het wordt immers uitgegeven met het oogmerk jongeren aan het lezen te krijgen. Dat het echt een boek van nu is, zie je al op het colofon: onder elkaar staan de accounts van Facebook, Twitter en Instagram (telkens @Boekenweek) plus een hashtag #eenboekkanzoveeldoen. Op pagina 96 staat ook nog eens een QR-code, die je kunt scannen met je telefoon om een extraatje te ontvangen van de hoofdsponsor NS (best een leuk extraatje trouwens, kijk zelf maar).

Het verhaal gaat over een jonge vrouw die werkt als moderator voor een Amerikaans netwerk, waarschijnlijk Facebook. Haar taak is om filmpjes die niet door de beugel kunnen wegens geweld, extreme seks, perversiteiten, racisme, haat of strafbare uitlatingen te censureren.

Als inkijkje in een bizarre wereld die echt bestaat en waar je als gebruiker van het internet niet dagelijks bij stilstaat is het boekje zeer geslaagd. Het is niet echt een onderwerp waar ik heel graag meer over zou willen weten, maar als het schuurt is het misschien juist goed. Vroeger, toen Facebook nog niet bestond, had je een serie videobanden getiteld Faces of Death. Naar verluidt stonden daar de vreselijkste beelden op, bijvoorbeeld van ongelukken met afgerukte ledematen en dergelijke.

Die videobanden wilde ik toen al niet zien (hoewel klasgenoten op de middelbare school ze best wilden uitlenen) en dat is nog steeds zo. In Wat wij zagen zit een scène waarin de vriendin van de hoofdpersoon, die hetzelfde werk doet, wil vertellen over nare dingen die ze heeft gezien op filmpjes die ze moet beoordelen. Ik voelde mee met de hoofdpersoon, die dacht: ‘hou nou op, lief (…) Hou toch op, alsjeblíéft.’ Helaas: ‘Maar Sigrid vertelde verder.’

Het verhaal speelt kennelijk in Amerika, want dat zie je aan de namen, een merk chocolade dat hier niet op de markt is en sommige woorden die slecht vertaald lijken, zoals de ‘Kinderprotectie’ (zou goed vertaald ‘jeugdbescherming’ zijn) en ‘neukvriendjes.’ Dat laatste woord lijkt een slechte (letterlijke) vertaling van ‘fuck buddies’. Aangezien ‘neukvriendje’ geen bestaand Nederlands woord is, zou de correcte vertaling ‘billenmaatje’ zijn.

Maar ik neem aan dat Hanna Bervoets dit Nederlandse boekenweekgeschenk rechtstreeks in het Nederlands heeft geschreven, dus misschien is dit bewust zo gedaan om de indruk te wekken van een Amerikaanse omgeving? Wellicht daarom ook dat de hoofdpersoon na een aankoop in een benzinestation zegt dat de verkoper het wisselgeld mag houden. Eerst dacht ik: ‘Wat? Betaalt ze dan met briefjes en muntjes? Niet contactloos?’ maar misschien was dat omdat het in de Verenigde Staten speelt, waar ‘keep the change’ nog een alledaagse uitdrukking is, zoals elke Nederlander weet van Netflix.

Ik begon in te zien dat het niet aan mij lag. Het was het door de maatschappij opgedrongen schoonheidsideaal, jong aangeleerde verlatingsangst en zelfhaat, blablabla, vrouwenbladenmateriaal, maar ik trok het me dus aan. Yena’s onzekerheden zeepbellen die ik kapot moest blijven prikken als in een telefoonspelletje, maar het werden er steeds meer en ik wilde niet verliezen, ik wilde háár niet verliezen, want ze lachte om mijn grapjes en vertelde me dat ik mooi was en ze snapte wat er zo goed is aan niet alle maar bepaalde politieserie’s, en ’s nachts, wanneer ze met haar hoofd tegen mijn borstkas lag, wat precies paste omdat zij zo klein was, deed ze mijn hart trager kloppen – tráger, ja, en dat was precies wat ik nodig had.

Op zichzelf is de tekst van de ik-figuur in het verhaal overtuigend, zo praten mensen, ik twijfel er niet aan. Maar op den duur wordt het wel een beetje vermoeiend, zeker als het de hele tijd vanuit dit perspectief, met deze stem doorgaat en je als lezer dus geen gelegenheid hebt om even bij te komen.

Een telkens terugkerende activiteit heeft te maken met een handwerkje: ‘(…) en die avond vingerde ik net zo lang tot mijn klit beurs was en branderig.’ Naast het gamen is dit de voornaamste vrijetijdsbesteding van de hoofdpersoon en haar vriendin. Van in elkaar hakende stemvorken, zoals in de nieuwe ‘lesbische roman’ van A.F.Th. van der Heijden is geen sprake.

Er zitten zeker geslaagde stukken tekst in het boek, zoals deze (waarbij ik het gebruik van interpunctie aanvaard als eigentijds):

De grond van de parkeerplaats was koud en hard maar het muurtje bood beschutting, waar ik lag leek het windstil en het duister kalmeerde me; ik heb altijd gevonden dat het donker beschermt: de monsters opslokt in plaats van herbergt. Ik sloot mijn ogen en stelde me voor dat ik hier zou blijven liggen tot de zon opkwam. Het had gekund, dacht ik toen ik in de taxi naar huis zat.

Het boek zou wat mij betreft perfect geëindigd zijn op bladzijde 89, aan het einde van het voorlaatste hoofdstuk. Er gebeurt daar iets verrassends, waardoor de verteller mogelijk opeens een dader is, iets dat geen moment eerder in me opkwam, en juist daardoor zo mooi is, want het zette als lezer even mijn wereld op z’n kop.  Maar helaas, er komt nog een kort en overbodig hoofdstuk achteraan.

Ondanks de genoemde tekortkomingen is mijn oordeel mild. Wat wij zagen is namelijk écht eigentijds, niet zozeer vanwege de hashtags en het taalgebruik, maar vooral door de thematiek van de ‘flat earthers’ en holocaustontkenners in 2021, het jaar van de viruswappies en antivaxxers. Als we beseffen dat het afleveren van een universeel werk met eeuwigheidswaarde slechts aan zeer weinig schrijvers gegeven is, moeten we erkennen dat het publiceren van een eigentijds literair werk een grote verdienste is. Hanna Bervoets zij geprezen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.